Peter Hujar

Speed of Life

17-jun-2017 t/m 15-okt-2017
Facebook Like

“My work comes out of my life.” – Peter Hujar


De Amerikaanse fotograaf Peter Hujar (1934-1987) startte zijn carrière in de jaren 50 als commercieel fotograaf, maar werd vervolgens onderdeel van de groep kunstenaars, dichters en muzikanten die in de jaren 70 en 80 de New Yorkse underground kunstscene vormden. Zijn portetten van de vaak extravagante types die deel uitmaakten van de extreme kunst- en uitgaanswereld in Manhattan, alsook zijn foto’s van dieren en landschappen, kenmerken zich door een zorgvuldige benadering en sobere compositie. Het Fotomuseum Den Haag toont in samenwerking met The Morgan Library & Museum in New York en Fundación MAPFRE in Madrid een groot retrospectief van meer dan honderd vintage fotowerken die Peter Hujar maakte vanaf midden jaren 50 tot aan zijn vroege dood in 1987.


Volgens Nan Goldin had Peter Hujar de bekendheid moeten genieten van zijn jongere collega en stijlgenoot Robert Mapplethorpe (1946-1989). Mapplethorpe was echter gefixeerd op uiterlijke schoonheid, roem, sensatie, shock en zelfpromotie, terwijl Hujar meer gefocust was op karakter, ervaring en het mentale universum van zijn onderwerpen, die hij bovendien vaak in intieme situaties fotografeerde. Mapplethorpe’s commerciële instincten waren veel sterker dan die van Hujar. Vele getuigenissen omschrijven Hujar als een moeilijk man en de bekende fotografiecriticus Vince Aletti – tevens een van zijn beste vrienden – zei: “He could never sell himself”. Ondanks dat hij de commercie verafschuwde en geregeld ruzie maakte met belangrijke galeries bleef Hujar zijn hele leven strijden voor bredere erkenning van zijn werk.


Hujar begaf zich net als de kunstenaar Alice Neel (1900-1984), van wie het Gemeentemuseum Den Haag onlangs een groot overzicht toonde, in de kring rond Andy Warhols Factory en ontmoette daar flamboyante figuren en transgenders zoals Jackie Curtis en Candy Darling – hoofdrolspelers in Lou Reeds nummer Walk on the wild side. Door openlijk uit te komen voor zijn homoseksualiteit toonde Hujar zelf ook het lef dat daar in die tijd voor nodig was. Een van zijn belangrijke liefdesrelaties was met de Amerikaanse kunstenaar Paul Thek (1933-1988).


Hujar had altijd een connectie met de personen die hij portretteerde. Hij geloofde dat het de taak van de portrettist was om de singulariteit van het subject naar voren te brengen. Hujar’s portretten zijn dan ook vaak foto’s van uitgesproken en extravagante types, net zoals hijzelf. “Mijn werk komt voort uit mijn leven. De mensen die ik fotografeer zijn voor mij geen freaks of curiositeiten. Ik houd van mensen die durven. (…) Ik fotografeer diegenen die zichzelf tot het extreme dwingen. Dat is wat mij interesseert, evenals mensen die vasthouden aan de vrijheid om zichzelf te zijn.” Behalve de mensen in zijn omgeving fotografeerde Hujar ook dieren en landschappen. Ook deze onderwerpen benaderde hij als een portrettist. Een foto van een hond door Hujar was nooit zomaar een hond, maar een portret van een heus karakter.

In de jaren 70 verwierf Hujar enige bekendheid met zijn eerste en enige boek Portraits in Life and Death (1976), waarvoor Susan Sontag het voorwoord schreef. In Hujars oeuvre is de dood een telkens terugkerend thema. Een van zijn beroemdste foto’s is die van Candy Darling die zelfbewust voor hem poseert op haar sterfbed. Zijn focus op dit onderwerp nam in de jaren 80 toe toen de aidsepidemie om zich heen greep in de gayscene van zijn stad New York. In 1987, op Thanksgiving Day, wordt deze ziekte ook hem fataal. Peter Hujar wordt slechts 53 jaar oud.

Peter Hujar – Speed of Life zal na Den Haag doorreizen naar The Morgan Library & Museum in New York (daar te zien van januari t/m mei 2018). Ter gelegenheid van de tentoonstelling is een Engelstalige catalogus verschenen met teksten van Joel Smith, Philip Gefter, Steve Turtell en Martha Scott Burton (Aperture €50).

De tentoonstelling is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met Fundación MAPFRE, Madrid en The Morgan Library & Museum, New York. Met bijzondere dank aan Terra Foundation for American Art.

Het Fotomuseum Den Haag dankt eveneens hoofdsponsor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen, en het Erik Bos Fonds.